De zaadcellen laten het afweten, wat nu?

527 p
Samenvatting

Het is niet eenvoudig om de diagnose van mannelijke onvruchtbaarheid te stellen omdat er een onvermijdelijke interactie is met de vruchtbaarheid van de vrouwelijke partner. Voor een zaadanalyse worden de referentiewaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) het meest gebruikt om een mogelijke mannelijke factor uit te sluiten. Wanneer minstens tweemaal waarden onder deze referentiedrempel worden vastgesteld, is een verdere anamnese en een lichamelijk onderzoek aangewezen. Bij sommige patiënten kunnen aanvullende onderzoeken zoals een echografie, een endocrinologisch onderzoek, een genetisch onderzoek, onderzoek naar de DNA-fragmentatie of microbiologische tests nuttig zijn. Wanneer een oorzaak gevonden wordt, moet een wetenschappelijk onderbouwde behandelingsaanpak worden voorgesteld. Wordt er geen oorzaak gevonden of is er geen specifieke behandeling, dan is de eerste interventie het bevorderen van een gezonde levensstijl. Hoewel ze sterk gepromoot worden, moet het werkelijke voordeel van voedingssupplementen en orale antioxidanten nog worden bevestigd. Geassisteerde voortplanting wordt steeds vaker gebruikt als alternatief wanneer een behandeling met bewezen nut ontbreekt. Inseminatie en in-vitrofertilisatie (ivf) zijn op deze manier routinebehandelingen geworden. Bij mannen met minder dan een miljoen beweeglijke zaadcellen per ml of niet-obstructieve azoöspermie is een intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI) de beste of soms enige weg tot een biologisch vaderschap. Hoewel tot op heden de beperkte betrouwbare informatie omtrent de veiligheid hiervan weinig verontrustend is, blijft de nood aan degelijk prospectief onderzoek hierover hoog.
 

Auteur
H. Tournaye , V. Vloeberghs
Vakgebied
GYNAECOLOGIE-VERLOSKUNDE
Jaargang 2020, Volume 76