Diagnostiek bij hyponatriëmie

532 p
Samenvatting

Aan de hand van de Europese richtlijnen rond hyponatriëmie wordt de diagnostiek besproken. Aangezien elke arts geconfronteerd wordt met hyponatriëmie, is een adequaat diagnostisch proces van groot belang. Vaak wordt de klinische impact van deze meest voorkomende elektrolytstoornis te weinig erkend en nog te vaak bestaat de therapie enkel uit vochtrestrictie en/of natriumsubstitutie zonder dat de onderliggende pathologie achterhaald of behandeld wordt. Een wijd implementeerbare beslisboom kan dit probleem verhelpen. De initiële stap in de diagnostiek is het onderscheid tussen hypotone en niet-hypotone hyponatriëmie. Vervolgens wordt hypotone hyponatriëmie verder ingedeeld op basis van de urineosmolaliteit, het urinaire natrium en de volumestatus van de patiënt. De weg van het biochemisch vaststellen van een verlaagde natriumconcentratie tot het vastpinnen van een diagnose wordt met wetenschappelijke evidentie uiteengezet.

Auteur
S. Dhont , M. Bourgeois
Vakgebied
ALGEMENE INWENDIGE GENEESKUNDE
Jaargang 2019, Volume 75