Een casus van n. ulnaris-compressie ter hoogte van de elleboog door de m. anconeus epitrochlearis

270 p
Samenvatting

Een rechtshandige, 48-jarige dame komt op consultatie met sinds meerdere maanden pijnklachten
in de ulnaire zijde van de rechteronderarm, uitstralend tot aan straal 4 en 5 van de rechterhand.
Op echografisch onderzoek wordt een aanwezige m. anconeus epitrochlearis (MAE) gezien met
tekenen van een compressieneuropathie van de n. ulnaris. Wanneer deze spier aanwezig is, kan
deze een statische druk geven op de n. ulnaris waar de zenuw de cubitale tunnel binnengaat, met
een compressieneuropathie als gevolg. Gezien de toename van de klachten en de ontwikkeling van
krachtsverlies wordt er beslist om over te gaan tot een operatieve ingreep met resectie van de MAE
en release van de n. ulnaris, zonder anteriorisatie.
Inleiding
Na het carpaletunnelsyndroom is een compressieneuropathie
van de n. ulnaris ter hoogte van de cubitale
tunnel (CuT) de tweede meest voorkomende
perifere compressieneuropathie (1). De n. ulnaris,
afkomstig van de fasciculus medialis, loopt ter hoogte
van de bovenarm door het mediale intermusculaire
septum en onder de mediale boord van de m. triceps
vooraleer hij door de CuT gaat. Hier loopt hij posterieur
van de epicondylus medialis en in de sulcus nervi
ulnaris (1). O’Driscoll et al. onderzochten de anatomie
van de CuT door middel van kadaverstudies en
classificeerden deze in vier klassen (2):
–– 0: een afwezig CuT-retinaculum en een geluxeerde
n. ulnaris;
–– Ia: een dun retinaculum dat strak opspant bij volledige
elleboogflexie, maar geen compressie van de
n. ulnaris

Auteur
G. Maes , A. Hofman , A. Debuysscher , B. Eeckhaut , W. Sabbe , A. Van Tongel , M. De Muynck
Vakgebied
ORTHOPEDIE
Jaargang 2020, Volume 76