Evaluatie van een elektronisch beslissingsondersteunend programma voor optimalisatie van het medicatieschema bij ambulante ouderen

522 p
Samenvatting

Oudere personen nemen veel medicatie die mogelijk niet meer geschikt is. De bestaande impliciete en expliciete evaluatiemethodes zijn moeilijk hanteerbaar in de klinische praktijk en hebben geen bewezen klinische relevantie. Een elektronisch beslissingsondersteunend programma voor automatische herkenning van mogelijk ongeschikte geneesmiddelen (MOG’s) in een huisartsenpraktijk wordt geëvalueerd. Patiënten ouder dan 65 jaar met polyfarmacie werden geïncludeerd. De patiëntengegevens werden geanonimiseerd en geëxporteerd. Een elektronische tool gebaseerd op de EU(7)-PIM-lijst („European Union list of Potentially Inappropriate Medications”) en de STOPP/START-2-criteria („Screening Tool of Older People’s Prescriptions”/„Screening Tool to Alert to Right Treatment”) genereerde adviezen die werden geëvalueerd op een huisartsenoverleg (n = 5). De patiënten (n = 59) waren gemiddeld 78 jaar oud, 49% was vrouw en het gemiddelde geneesmiddelengebruik bedroeg 11 (range: 5-17). Mogelijk ondergebruik (START-2) werd bij 22% gedetecteerd (93% bij inclusie van de vaccinatiestatus). Mogelijk verkeerd medicatiegebruik werd gedetecteerd bij 65% (STOPP-2) of 85% (EU(7)- PIM). 289 criteria voor MOG’s werden geïdentificeerd. In het huisartsenoverleg werd 198/289 als klinisch relevant verklaard, implementatie was bij 93/198 niet mogelijk. Men ging niet akkoord met 72 van de 289 criteria, voornamelijk omdat er wel een indicatie was (42/72). De elektronische screening van medicatie werd als klinisch relevant beschouwd, maar klinische inschatting blijft vereist. Er was een mogelijke onderschatting van het aantal MOG’s.

Auteur
J. Luyssen , M. Wauters , H. Moerman , J. Pauwelyn , T. Christiaens
Vakgebied
GERIATRIE , FARMACOLOGIE
Jaargang 2019, Volume 75