Extraforaminale lumbale discushernia

1 008 p
Samenvatting

De anatomische opbouw van de wervelzuil maakt dat de spinale zenuwwortel die doorheen de paramediane ruimte loopt, verschilt van deze die door de extraforaminale ruimte loopt. Een extraforaminale discushernia geeft aldus compressie van een andere zenuwwortel dan een klassieke hernia op hetzelfde niveau. De prevalentie bedraagt ongeveer 1,78-6,1% van alle lumbale discushernia’s. Het voornaamste symptoom is radiculaire pijn. Daarnaast zijn lage rugpijn en sensomotorische uitvalsverschijnselen eveneens veelvoorkomend. Klinisch onderzoek omvat de „straight leg raising-test” (SLR), de omgekeerde SLR-test, de evaluatie van de reflexen, sensorimotorische uitval en radiculaire uitstralende pijn. In vergelijking met de klassieke discushernia blijkt de pijnbeleving meer uitgesproken te zijn. De MRI is de gouden standaard binnen de medische beeldvorming. De eerstelijnsbehandeling is conservatief (niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s), steroïden, bedrust, …). Bij falen van deze therapie of bij duidelijke sensorimotorische uitval kan men opteren voor heelkunde. Epidurale corticoïdinjectie kan de pijn significant verlichten. De literatuurstudie en het patiëntendossieronderzoek tonen een gelijke leeftijdsverdeling. In beide studies bedroeg de prevalentie van radiculaire pijn 100%. Er werd minder vaak rugpijn opgetekend in het dossieronderzoek. De succesratio van het operatief ingrijpen (68% tot 79%) in de studie benadert de cijfers uit de literatuur. De chirurgische uitkomst is niet gerelateerd aan het niveau van de hernia.

Auteur
C. Oosterbos , E. Meekers , E. Buelens , T. Daenekindt , F. Weyns
Vakgebied
NEUROCHIRURGIE
Jaargang 2018, Volume 74