Hoorimplantaten: wat kan voor welk gehoorverlies en wat brengt de toekomst?

116 p
Samenvatting

Gehoorverlies heeft een significante impact op de cognitieve en de psychosociale toestand en treft
één op zes Belgen. Implanteerbare hoortechnologie heeft in de afgelopen decennia een grote stap
voorwaarts gezet. In dit artikel worden verschillende mogelijkheden besproken met hun indicatiegebied.
Een beengeleidingsimplantaat kan overwogen worden bij een slechte werking van het middenoor (geleidingsgehoorverlies) of enkelzijdige neurosensoriële doofheid en zet geluid om in trillingen
om deze via een implantaat door te seinen aan de contralaterale, normale cochlea. Een actief middenoorimplantaat is mogelijk bij neurosensorieel gehoorverlies met/zonder slecht werkend middenoor (gemengd gehoorverlies) en biedt een versterkt akoestisch signaal aan ter hoogte van een
koppeling aan de gehoorbeentjesketen of het ronde venster van de cochlea. Een cochleair implantaat (CI), waarbij er een elektrode wordt geplaatst in het slakkenhuis, kan een oplossing bieden voor
ernstig neurosensorieel gehoorverlies. Het implantaat zet geluid om in een digitale code die de
verschillende frequentiegebieden elektrisch kan stimuleren en leidt tot een betekenisvolle geluidsperceptie. Tot slot kan een auditief hersenstamimplantaat zelfs de nucleus cochlearis rechtstreeks
stimuleren op hersenstamniveau als er geen (toegankelijke) cochlea of nervus cochlearis is.
De huisarts speelt een centrale rol in het verhogen van de aandacht voor gehoorproblemen in
de maatschappij, alsook in de preventie en de identificatie ervan en in de verwijzing naar een gespecialiseerd centrum in geval van problemen.

Auteur
V. Van Rompaey , V. Topsakal , G. Mertens , P. van de Heyning
Vakgebied
NEUS-KEEL-OORZIEKTEN
Jaargang 2019, Volume 75