Prehospitaalgebruik van perifere katheters en impact op de interventietijd: een retrospectieve monocentrische studie

1 p
Samenvatting

Tijdens prehospitaalinterventies wordt er quasi reflexmatig een perifere katheter geplaatst, vaak
zonder duidelijke medische noodzaak. In deze retrospectieve monocentrische studie werd de frequentie van het plaatsen van deze katheters nagegaan. Verder werd er een correlatie gezocht
tussen de plaatsing van een katheter, de ernst van de pathologie en de impact op de interventietijden. Gedurende een periode van één jaar werd de indicatie voor het plaatsen van een perifere
katheter nagegaan op basis van gegevens uit de MUG-fiche. Er werd een onderscheid gemaakt
tussen een katheterslot, een vochtinfuus en intraveneuze medicatietoediening. Voor elke interventie
werd er een „modified early warning score” (MEWS) berekend. Van de 922 geregistreerde interventies werden er 395 weerhouden. Zonder katheter bedroeg de interventietijd gemiddeld 10,11 minuten, met een katheterslot 13,75 minuten, met een vochtinfuus 16,77 minuten en met intraveneuze
medicatietoediening met of zonder intraveneus vocht 17,45 minuten. Er was een significant verschil
in de gemiddelde MEWS in de groep patiënten bij wie geen katheter (1,25 ± 0,15) geplaatst werd in
vergelijking met patiënten bij wie dit wel (2,45 ± 0,16) gebeurde (p < 0,01). Het plaatsen van een
perifere katheter ging gepaard met een significante toename van de interventietijden. Deze studie
suggereert een vooralsnog onvoldoende medisch gericht gebruik van perifere katheters.

Auteur
J. Lejon , W. Stockman , K. Deschilder , D. Desruelles , S. Verelst
Vakgebied
URGENTIEGENEESKUNDE
Jaargang 2019, Volume 75