Psychogene niet-epileptische aanvallen: ondergediagnosticeerd en onderbehandeld

109 p
Samenvatting

Psychogene niet-epileptische aanvallen (PNEA) worden gedefinieerd als transiënte veranderingen
in het gedrag en/of het bewustzijn die lijken op epileptische aanvallen, maar niet gepaard gaan met
de elektrofysiologische veranderingen die voorkomen bij een epileptische aanval.
Video-eeg-monitoring is de gouden standaard voor de diagnose van PNEA. Dit onderzoek is tijdsen arbeidsintensief en is enkel beschikbaar in grote en/of tertiaire centra. Mede hierdoor is er een
gemiddelde latentietijd van zeven jaar tot het stellen van de diagnose van PNEA, vaak voorafgegaan
door een periode waarin er wordt behandeld met anti-epileptica. Maatregelen die hierin verbetering
zouden brengen, zijn educatie van huisartsen en neurologen, identificatie van risicofactoren en vroeger
gebruikmaken van video-eeg-monitoring. De pathogenese wordt voorgesteld als een multifactorieel
model met predisponerende, luxerende en onderhoudende factoren. Heden is er geen behandelprotocol voorhanden. Cognitieve gedragstherapie wordt voorgesteld als behandeling, maar verder
onderzoek is sterk aangewezen. In dit artikel wordt er een stand van zaken gegeven over de kennis
omtrent PNEA. De bovengenoemde hiaten worden blootgelegd. Er worden mogelijke invalshoeken
aangehaald die een basis kunnen vormen voor verder onderzoek in de toekomst.

Auteur
F. Hanssens , C. Vogels , A. Meurs , G. Lemmens
Vakgebied
PSYCHOLOGIE , NEUROLOGIE
Jaargang 2019, Volume 75